BEROEP

Garnaalvisser
Walter Briers

Van het net tot de kroket

In Oostende heten ze “geirnoars”, maar ergens anders bestel je gewoon garnalen. En of ze nu worden verwerkt in een bisque, een kroket of in een slaatje met tomaat, garnalen zijn altijd en overal heerlijk. Wij gingen in Oostende aan boord van het visserschip Crangon om te ontdekken hoe de garnalen uiteindelijk aan wal geraken.

Wij kregen onlangs de kans om mee te varen met de Crangon, een echte garnaalvissersboot. In het binnenland ging de thermometer voor de eerste maal dit jaar boven de 30 graden. Een dagje op zee, terwijl de rest van het land zit te puffen en te zweten, daar zeggen wij geen neen tegen.

Erfgoed

Willy Versluys is bezeten door de Noordzee en hij wil niets liever dan zijn passie delen. De Crangon, Crangon Crangon is de Latijnse benaming voor Noordzeegarnaal, is daar een mooi voorbeeld van. Met zijn 60 jaar is het één van de oudste houten vissersboten van ons land. Het kreeg zelfs een erkenning van Erfgoed Vlaanderen. Toen het schip afgekeurd werd voor de professionele visvangst leek een leven op het droge, of erger nog op de schroothoop, het enige alternatief. Willy liet dit niet gebeuren, deed de nodige aanpassingen en maakte het terug zeewaardig. Nu neemt hij, wanneer het weer het toelaat, toeristen, liefhebbers van de zee of bedrijven mee op zee, om ze kennis te laten maken met het beroep van garnaalvisser.

En zo verlaten wij om 13u00 de Oostendse haven. Via de Visserijsluis gaat het richting open zee. Op de brug van de Crangon heeft Robert het roer in handen, Dirk en Freddy bekommeren zich om de netten. “We varen richting Bredene, maar we gaan nooit echt diep de zee in. Je moet geen schrik hebben om zeeziek te worden”, lacht Dirk. Alsof hij weet dat ik geen zeebenen heb. Achteraf zou Freddy toegeven hij nog altijd zeeziek wordt, zelfs na 54 jaar professioneel visser.

Spiegel

De zee is glad als een spiegel, ideaal voor enkele uurtjes rustig dobberen. Blijkbaar denken de garnalen er ook zo over, ze laten zich immers erg moeilijk vangen. In totaal worden de netten tweemaal opgehaald. Van de eerste vangst kan je amper een ketel soep maken. De tweede maal hebben we meer geluk. “Je kan nooit voorspellingen doen”, zegt schipper Robert. “Soms halen we per keer wel 20 kilogram garnalen naar boven, maar heel dikwijls is het ook veel minder, zoals nu.” “Ik heb zelfs al geweten dat we op een hele dag geen enkele garnaal in de netten hadden zitten”, vult Dirk aan, “Maar de diesel moet even goed betaald worden, of je nu veel vangt of weinig.”

Je ziet dat de bemanning op elkaar is ingespeeld. Iedereen weet perfect wat er moet gebeuren.

Teamwerk

De Crangon is een zijtrawler. Dat betekent dat het net aan de zijde van het schip in het water wordt gelaten. In ons geval de rechterzijde, of stuurboord zoals we meteen gecorrigeerd worden. Deze manier is volledig achterhaald. De laatste zijtrawler werd goed 50 jaar geleden uit de vaart gehaald. Het net te water laten en het nadien terug aan boord hijsen is een hele klus. Teamwerk. Je ziet dat de bemanning op elkaar is ingespeeld. Iedereen weet perfect wat er moet gebeuren. Wij moeten vooral aan de kant blijven staan en kijken. Over de bodem slepen twee grote ijzeren platen die het net open houden. De 60 jaar oude motor draait op volle kracht om vooruit te geraken.

Na een klein half uur wordt beslist om de buit aan boord te halen. Ons wordt gevraagd opnieuw een stapje achteruit te zetten. Ik geraak amper wijs uit het kluwen aan touwen, kettingen en netten, voor Freddy en Dirk lijkt dit kinderspel. Het net is goed gevuld, maar dan vooral met kleine visjes en hier en daar een stuk plastic. De vangst gaat in een grote bak van waaruit ze met een lift naar een trommel gaan waar een eerste selectie gebeurt: vissen, zeesterren en krabben worden er uit gehaald en gaan via een soort glijbaan terug richting zee. De garnalen worden opgevangen in een plastic bak. Wanneer het sorteren achter de rug is, is het tijd voor een tweede triage. De garnalen worden op een grote tafel gestort aan de rand van de boot. Manueel, en bekeken door tientallen meeuwen, wordt alles wat geen garnaal is, of nog te klein, er uit gehaald en terug in zee geworpen.

Pellen

Intussen heeft Dirk een grote ketel water aan de kook gebracht. “Zuiver zeewater”, zegt Dirk, “aangevuld met zout. Het koken duurt maar een paar minuten, wanneer de schuim komt boven drijven, zijn ze gaar.” De garnalen belanden nu op een groot rooster. Ze hebben hun mooie roze kleur en worden meteen afgekoeld met koud water.

Tijd om te proeven. Het pellen van garnalen is een ambacht op zich. De meest geoefende handen verwerken meer dan 100 gram op tien minuten. Ons persoonlijk record is drie garnalen die waarschijnlijk amper verkoopbaar zijn, maar ons enorm smaakten.

Een dag als deze sluit je natuurlijk af op het terras van een restaurant op de zeedijk, genietend van de ondergaande zon en een portie garnaalkroketten. “Vers en huisgemaakt” staat op de kaart. Misschien heb ik ze wel zelf gevangen?

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1