FOCUS

Garnalen
Tine Bral

Belgische trots: de grijze Noordzeegarnaal

Grijze garnaaltjes ofte Noordzeegarnalen zijn hét symbool van onze Belgische Noordzee. Het kustwater is hun thuis, de herfst hun toptijd. Met hun intense en fijne smaak zijn de Noordzeegarnalen de culinaire ‘top of the bill’. Dat deze kleine garnaal ooit armeluiskost was, kunnen we ons niet meer voorstellen. Maar wat maakt de kleine garnaal nu zo uniek én… zo prijzig?

Kleine garnaal

Het lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar de grijze Noordzeegarnaal – de crangon crangon – is met zijn gemiddelde lengte van 5 cm letterlijk het kleine broertje van de kreeft. Ze behoren allebei tot de kreeftachtigen. Mini en maxi dus, maar aan elkaar gewaagd qua verfijnde smaak.

Nu hebben de garnalen veel verwanten die zowel in koude als warme waters leven, langs het strand als in de diepzee, in zout- als in zoetwater. Van alle soorten heeft onze kleine Noordzeegarnaal echter de meest intense en verfijnde smaak waardoor hij ‘top of the bill’ is op culinair gebied.

Het vangstgebied strekt zich uit binnen een strook tot ca. 10 mijl van de laagwaterlijn. De Zeebrugse garnaalvissers gaan tot het eiland Walcheren en verder in noordoostelijke richting. De Nieuwpoortse vissers vangen ook garnalen zuidwestelijk langs de Franse kust tot Duinkerke. De vangstgebieden hebben een diepte van hoogstens 18 meter, meestal met zand en slijk als bodem, de ideale leefwereld van garnalen. De wijfjes leggen twee tot drie maal per jaar duizenden eitjes, die ze meedragen tussen hun zwempootjes. Het broedsucces varieert enorm van jaar tot jaar waardoor de vangsten elk jaar weer anders zijn.

Omdat garnalen kortlevend zijn (2‐3 jaar), zich snel voortplanten en veel nakomelingen produceren, is er geen beperking wat bevissing betreft. Toch is de garnalenvisserij erg seizoengebonden. Eind januari trekken de garnalen dieper in zee of graven zich diep in de zeebodem in om de sterke afkoeling van het zeewater te ontvluchten. Vanaf augustus keren ze terug naar de kust en varen onze kleine garnaalboten ‘s avonds uit om de hele nacht voor de kust heen en weer te kruisen terwijl de grote netten aan elke zijde van de boot, over de bodem slepen. Overdag graaft de garnaal zich immers in, alleen zijn ogen en antennes steken uit het zand. ’s Nachts krijgen ze een donkere schutkleur en gaan ze op zoek naar voedsel.

Gepeld of ongepeld

Dat garnaal ooit armeluiskost was, kunnen we ons niet meer voorstellen. Toch zijn de Belgische vissers nog altijd de ‘kleine garnalen’ in het grote garnalenverhaal. De aanvoer in Belgische vismijnen is veel te klein (369 ton in 2021) voor de enorme vraag in België. De gemiddelde prijs in de vismijn bedroeg in 2021 5,34€/kg. De meerderheid van de grijze garnaal op de officiële Belgische markt is dan ook afkomstig van de Nederlandse, Deense en Duitse visserij en wordt in Marokko gepeld. Nu zijn garnalen erg aan bederf onderhevige beestjes, maar economisch ook erg belangrijke beestjes. Om ze de reis te laten ‘overleven’ worden ze bestrooid met conserveermiddel.

Gemiddeld liggen gepelde garnalen 4 dagen nadat ze gevangen werden in de winkel. Ongepelde garnalen kun je al een dag na de vangst kopen. Als je dus echt ‘verse’ garnalen wilt die boordevol smaak steken, moet je ze ongepeld kopen en zelf aan de slag gaan.

Werelderfgoed

De paardevissers en garnalentrekkers van Oostduinkerke houden een oude traditie in leven. De garnaalvissers te paard zijn wereldberoemd en in december 2013 toegevoegd aan de Unesco-lijst van ‘immaterieel cultureel erfgoed’, werelderfgoed dus. Vroeger werd langs de hele Vlaamse kust zo op garnaal gevist. Zijn de paardevissers vooral mannen, het garnalentrekken met een harnas aan, is vrouwenwerk. Het was decennialang de bijverdienste van de vissersvrouwen terwijl hun mannen op zee waren.

Het is een imposante stoet, de garnaalvissers die ‘s morgens in kolonne met paarden en karren door de straten van Oostduinkerke naar het strand trekken. Het was volle maan en de zee had zich die ochtend dan ook diep teruggetrokken. De vissers mennen hun paarden behendig door het rulle zand naar de vloedlijn. De karren worden uitgespannen en de paarden krijgen hun vistuig aan. Een goed uur lang stappen de paarden met hun berijders over en weer door de branding. Keihard labeur voor een beperkte vangst wat garnalen betreft. Er zitten wel heel wat kleine pietermannen, krabbetjes en zeebaarsjes bij, die er door de vissers worden uitgezeefd.

De smaak van deze garnaaltjes uit de branding verschilt van Zeebrugse of Nieuwpoortse door boten gevangen garnalen. De boten gaan immers dieper in zee en de garnalen die daar in de bodem leven, eten andere dingen dan deze aan de vloedlijn. De rauwe garnalen hebben een vrij vlakke smaak en worden ook door de paardevissers gekookt in zeewater met zeezout en chicorei, maar sommige voegen er ook krabbetjes uit de bijvangst aan toe. Meteen een explosie van smaak!

En, niet vergeten: verse (ongepelde) garnalen moeten glanzen, en ritselen als je er met je hand doorheen gaat.

Foto’s paardenvissers: © visitkoksijde.be

Video
Share

Your name

Your e-mail

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

Share

E-mail

Facebook

Twitter

Google+

LinkedIn

Contact

Send

Sign up
E-card

Your name

Your e-mail address

Name receiver

E-mail address receiver

Your message

Send

1